Enkele voorbeelden van de bevoegdheden inzake gezondheid en welzijn

COCOF treedt via decreten op als wetgevende macht ten opzichte van de eentalig Franse gezondheids- en welzijnsinstellingen.
• Bijvoorbeeld: het wettelijk kader voor de eentalig Franse diensten voor geestelijke gezondheidszorg die werkzaam op het Brusselse grondgebied werd door de COCOF vastgelegd in het “Décret ambulatoire” (“Le décret relatif à l'offre de services ambulatoires dans les domaines de l'action sociale, de la famille et de la santé”).

Een aantal persoonsgebonden aangelegenheden blijven de strikte bevoegdheid van de Communauté française: onder andere preventie, de gezondheidsopvoeding, het Office de naissance et de l'Enfant (ONE) en jeugdbescherming.
• Bijvoorbeeld: het wettelijk kader voor Franstalige activiteiten op het vlak van gezondheidspromotie op het Brusselse grondgebied is door de Communauté Française vastgelegd in het “Décret portant organisation de la promotion de la santé en Communauté française”.

De Vlaamse Gemeenschap treedt via decreten op als wetgevende macht ten opzichte van de unicommunautaire Vlaamse instellingen. De VGC heeft geen wetgevende bevoegdheden.
• Bijvoorbeeld: het wettelijk kader voor een kwaliteitsvolle dienstverlening in de Nederlandstalige gezondheids- en welzijnsinstellingen op het Brusselse grondgebied wordt door de Vlaamse Gemeenschap vastgelegd in het “Decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen”.
• Bijvoorbeeld: De Vlaamse Gemeenschap verplicht elke persoon die binnen het Nederlands taalgebied woont om zich aan te sluiten bij een erkende zorgkas via het “Decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering”. De Vlaamse Gemeenschap kan de inwoners van het tweetalige gebied Brussel hier niet toe verplichten; zij kunnen zich echter vrijwillig aansluiten.

De GGC treedt via ordonnanties op als wetgevende macht ten opzichte van de tweetalige instellingen (publiek of privé)
• Bijvoorbeeld: De GGC maakt (op een aantal uitzonderingen na die een federale bevoegdheid blijven) de organieke wetgeving van de OCMW's op en oefent toezicht uit over de 19 Brusselse OCMW's.
• Bijvoorbeeld: Het wetgevend kader voor de werking van de bicommunautaire welzijns- en gezondheidssector ligt vast in de “Ordonnantie betreffende de centra en diensten voor bijstand aan personen” (7 november 2002).

GGC heeft bovendien een wetgevende bevoegdheid op het vlak van maatregelen die rechtstreeks op personen toepasselijk zijn. Het oefent m.a.w. de gemeenschapsbevoegdheden “over de Brusselaars” uit, zoals bijvoorbeeld in de ordonnantie betreffende gezondheidspreventie of overdraagbare ziekten.

GGC, COCOF en VGC treden op als inrichtende macht (instellingen oprichten en financieren, of initiatieven nemen), respectievelijk t.a.v. de tweetalige, de eentalig Franse en de Nederlandse instellingen.
• De VGC en de COCOF oefenen deze bevoegdheid bijvoorbeeld uit over het voormalig provincie-onderwijs en over het " Centre Etoile polaire ". Op dit moment oefent de GGC deze bevoegdheid niet uit.

Tot slot is de GGC ook bevoegd als overleg- en coördinatieorgaan tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap (met het oog op een zo groot mogelijke samenhang in het beleid van de persoonsgebonden aangelegenheden).
• Bijvoorbeeld: in navolging van het “Protocol gesloten tussen de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de Colleges van de drie Brusselse Gemeenschapscommissies inzake het armoedebeleid” werd op initiatief van de leden van het Verenigd College van de GGC bevoegd voor Bijstand aan personen een permanente interkabinettenwerkgroep (IKW) opgericht. Deze IKW verzamelt vertegenwoordigers van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de Gemeenschapscommissies, met het oog op een inclusief, globaal en gecoördineerd armoedebeleid.

 

 

afdrukken
Home  
Nieuws  
Wie zijn wij?  
Brusselse context  
Brussel in kaarten  
Verdeling van politieke bevoegdheden inzake gezondheid en welzijn  
Gezondheid  
Armoede  
Indicatoren  
Publicaties  
Nieuwsbrief  
Projecten